Om de veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen te borgen is door de ziekenhuisapotheek een farmacovigilantie systeem ingericht. De werkwijze is beschreven in de interne SOP Farmacovigilantie.

Onder bijwerkingen worden schadelijke en onbedoelde effecten verstaan die het gevolg zijn van het toegelaten gebruik van een geneesmiddel bij normale dosering, maar ook als gevolg van medicatiefouten en gebruik dat niet in overeenstemming is met de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen, waaronder verkeerd gebruik en misbruik van geneesmiddelen. Het vermoeden van een bijwerking, d.w.z. dat een causaal verband tussen een geneesmiddel en een ongewenst voorval althans tot de redelijke mogelijkheden behoort, moet volstaan om er melding van te maken.

In het geval van vermoede bijwerkingen als gevolg van door de ziekenhuisapotheek geproduceerde apotheekbereidingen kan een melding worden gedaan aan de dagapotheker  tel nr: 050 5247304 of één van de andere apothekers van het Martini Ziekenhuis. Iedere melding van een (vermoede) bijwerking, onafhankelijk van de inschatting van de causaliteit, wordt via de daarvoor bestemde meldprocedure aan LAREB doorgegeven. Dit gebeurt door de apotheker die de melding het eerst ontvangt en ongeacht of de melding vanuit de eigen organisatie of vanuit een externe organisatie afkomstig is.

Een vermoedelijk ernstige bijwerking (SUSAR, Suspected Unexpected Serious Adverse Reaction, (zie voor definitie STZ SOP U8 Melding van (Serious) Adverse Events en SUSARs wordt binnen een week aan LAREB gemeld; overige bijwerkingen binnen 30 dagen.

Tevens wordt in deze gevallen door de betrokken apotheker intern een procesafwijking gemaakt ter bespreking en beoordeling door het VIM-team.